Ondanks de massale investeringen die zouden gedaan worden in de Vlaamse mobiliteit, blijven de problemen aanzienlijk. De wegen slibben dicht, fietspaden liggen er erbarmelijk bij en het openbaar vervoer blijft te laat komen. Een samenloop van omstandigheden en problemen maken van onze Vlaamse mobiliteit een ingewikkeld vraagstuk.

Openbaar vervoer

Roger Kesteloot, directeur-generaal van De Lijn, bevestigt aan De Standaard dat Vlaanderen nog nooit zoveel investeerde in bussen en trams. Het grootste probleem bij het openbaar vervoer blijft echter de stiptheid. Dat heeft te maken met het feit dat bussen en trams moeten aanschuiven in het verkeer. Een aanpassing van verkeerslichten of de aanleg van afzonderlijke banen voor het openbaar vervoer zou hier een oplossing kunnen bieden, meent Kesteloot. Ook roept hij lokale besturen op om de doorstroming op plaatselijke wegen te verbeteren. Qua communicatie moet Kesteloot toegeven dat De Lijn bij de laatste van de klas hoort. ‘We staan veel te ver achter, zelfs in vergelijking met Wallonië.’

Fietsinfrastructuur

Voor investeringen in fietsinfrastructuur wordt heel wat geld voorzien. Het Rekenhof schreef zo neer dat er zelfs meer geld beschikbaar is hiervoor dan dat er effectief gebruikt wordt. Een gebrek aan efficiëntie en opvolging is een van de oorzaken. Dat de verantwoordelijkheid voor fietspaden gedeeld wordt tussen zowel het gewest als lokale besturen maakt het er niet simpeler op.

Mensen die bezig zijn met fietsbeleid geven ook aan dat het in Vlaanderen niet simpel is om fietsinfrastructuur te voorzien. Een van de grootste problemen is de ruimtelijke ordening: de ruimte tussen twee private percelen is vaak niet breed genoeg om een tweerichtingstraat én brede fietspaden aan te leggen. Mede dankzij de lintbebouwing die zo frequent voorkomt in Vlaanderen, moeten onteigeningsprocedures worden opgezet om fietspaden te kunnen inrichten. Die rompslomp zorgt alleen maar voor meer vertragingen. Wanneer er dan een nieuw fietspad wordt aangelegd, gaat dat vaak gepaard met andere wereken, zoals onderhoud of heraanleg van de riolering. Twee vliegen in een klap, maar lokale besturen wachten hierdoor wel op het geschikte moment om beide te combineren.

David Geerts, schepen van Mobiliteit in Heist-op-den-Berg geeft een frappant voorbeeld in het artikel van de Standaard: ‘Dertig jaar geleden begonnen de onteigeningen voor een nieuw fietspad langs de N10. Als dat er voor 2023 ligt, zal ik blij zijn. Enkele jaren geleden is de minimumbreedte van fietspaden vergroot. Ik moet ook nog in voldoende groen voorzien en ik mag geen grachten dichtgooien. Daarbij komen nog de tergende traagheid van de procedure en het gebrek aan middelen voor onteigeningen.’

En-en-beleid

Volgens professor-emeritus Verkeerskunde Willy Miermans is het en-en-beleid van de Vlaamse regering het probleem: “In de begroting mogen dan wel grote getallen staan, dat en-en-beleid is het probleem. Fiets­paden komen vooral waar ze het minst nodig zijn: langs spoorwegen en kanalen. Niet langs de gewest­wegen, want dan moeten rijstroken of parkeerplekken wijken. Hetzelfde geldt voor openbaar vervoer: lichten beïnvloeden in het nadeel van auto’s, of van een rij- een busstrook maken, zal deze minister niet snel doen. Maar zolang we niet ingrijpen in de circulatie van auto’s, zal de zo nodige modal shift er niet komen.’

Bron en foto: De Standaard

The following two tabs change content below.

Lise Swennen

Community Manager @ Smart Cities Vlaanderen

Laatste berichten van Lise Swennen (toon alles)