De Standaard laat in het artikel ‘Hoeveel slimmer kunnen wij nog worden?’ verschillende onderzoekers en kunstenaars die deel uitmaken van de Jonge Academie aan het woord. Zij gaan op zoek naar hoe hun discipline een antwoord kan bieden op de ‘grote vraagstuken van onze tijd.’ Ook Steven Latré, hoofd van het Internet en Data Lab van Imec aan de Universiteit Antwerpen, komt aan bod en heeft het onder meer over Internet of Things, Artificiële Intelligentie en de invloed op ons dagelijkse leven:

Steven Latré is hele dagen bezig met het ‘internet of things’, dat allerlei apparaten – en hun baasjes – onderling verbindt tot één groot netwerk. Een soort wereldbrein, zou je met de nodige overdrijving kunnen zeggen. Al zijn we nog lang niet zo ver.

‘We zetten pas de eerste stap in een marathon. De contouren van de smart cityworden nog maar net zichtbaar. Intelligente wegen, zelfrijdende auto’s, drone-leveranciers: ze zijn dichtbij, maar realiteit zijn ze ook nog niet. De “intelligentie” van onze systemen is de jongste tien jaar ongelooflijk gestegen, maar de mens moet ook kunnen volgen. Met regelgeving bijvoorbeeld. Wat als zo’n automatische auto iemand doodrijdt? Wie betaalt, wie gaat naar de gevangenis?

‘Vandaag bouwen we slimme olifanten, maar we hebben slimme mieren nodig, en samenwerkende mieren­nesten’

‘Maar wees gerust, de wetgever zal volgen, het geboden comfort is te groot om te laten liggen. Brussel heeft zijn superstrenge regels voor gsm-straling ook moeten gelijktrekken met de rest van de wereld. De mensen pikten het niet dat ze geen 4G konden krijgen.’

‘Eerst hebben wij mensen onze spieren uitgebreid met motoren en machines – we hebben nu zelfs vliegspieren – nu zijn we onze denkspieren aan het uitbreiden. En nee, dat is geen gevaar voor ons voortbestaan, wat figuren als Elon Musk en Stephen Hawking ook beweren. Grote geesten, maar geen informatici. Noch ik, noch de overgrote meerderheid van mijn collega’s gelooft dat computers de macht zullen overnemen. Ze zijn op heel wat terreinen véél intelligenter dan wij, maar tegelijk ook zo ontzettend dom. Gevoelens, nuances, zelfbewustzijn, dat zit er echt niet in.’

‘Binnenkort heeft een computer evenveel “neuronen” als een mens, en dan als de hele mensheid – dat is technisch niet eens moeilijk – maar dat is echt niet de singularity waar mensen als Ray Kurzweil over roepen: het ­moment dat die computer én zelfbewust is, én slim genoeg om op eigen kracht steeds slimmer te worden.’

‘Een neuraal netwerk doet immers niet hetzelfde als een zenuwcircuit. Het kan de beste manier vinden om één taak te verrichten, en vaak is dat een manier waarop een mens nooit zou komen en die we zelfs niet begrijpen. Het kan een taak uitvoeren, zelfs zelfstandig be­palen wat die taak is, maar dat blijven berekeningen. Zelfbewustzijn of gevoelens kun je niet in een algoritme stoppen.’

‘Het kan best dat het menselijk zelfbewustzijn in de evolutie ontstond zodra onze hersenen een bepaald niveau van complexiteit overschreden. Maar hersenen zijn geen neurale computer. Die singularity komt er niet met de huidige techniek, no way. We doen nu onderzoek naar netwerken die leren en evolueren, waarbij elke generatie de volgende bouwt. Maar al worden die beter in hun taak, daarom stijgt hun “intelligentie” nog niet.’

‘Wij mensen zitten met een Frankenstein-complex, een diepe angst dat onze scheppingen aan onze greep ontsnappen, en de macht overnemen. Maar als we bang moeten zijn, dan is het voor de mensen achter die scheppingen. Voor doctor Frankenstein, niet voor zijn monster. Voor hoe de Googles, Facebooks en Amazons van deze wereld hun artificiële intelligentie inzetten en onze privacy als grondstof gebruiken. En ja, killerrobots kunnen, maar het zijn wel mensen die ze bouwen. En inderdaad, zo’n robocop, dat kan gevaarlijk worden – wanneer blijkt dat je een buitenmaats brein ge­koppeld hebt aan menselijke kwaadaardigheid.’

‘Dit gezegd zijnde, er is nog veel potentieel om het menselijk denkvermogen kunstmatig uit te breiden. We werken volop aan intuïtievere interfaces, sociale robots, aaibaarheid. Het grote potentieel zit volgens mij in “ge­distribueerde” systemen, zwermintelligentie. Kleine krachtige systemen die samenwerken.’

‘Zo’n assistent als Siri of Alexa doet nu al mooie dingen, maar zij woont niet in je luidspreker of je mobieltje. Er is ergens op de achtergrond een enorme supercomputer aan het werk. Maar als je een automatische vertaler wil in je oortje, dan heeft die geen seconden om via het internet hulp te vragen aan een ­supercomputer. Hij zal meteen en ter plaatse moeten kunnen tolken. Vandaag bouwen we slimme olifanten, maar we hebben slimme mieren nodig, en samenwerkende mieren­nesten. Die komen er, ze zijn te nuttig.’

Lees het volledige artikel ‘Hoeveel slimmer kunnen wij nog worden?’ op standaard.be 

Bron en foto: De Standaard

The following two tabs change content below.

Lise Swennen

Community Manager @ Smart Cities Vlaanderen

Laatste berichten van Lise Swennen (toon alles)