Pieter Ballon, specialist in smart cities, schreef al vijf alternatieve reisgidsen over vijf smart cities. De steden zijn niet zomaar lukraak gekozen. ‘Wat die vijf gemeen hebben, is dat ze niet met losse, geïsoleerde toepassingen werken, maar de technologie inzetten om de hele stad ten goede te veranderen. De diversiteit van de aanpak toont ook dat er niet slechts één soort smart city is.’ Tom Ysebaert van De Standaard vat de inhoud van de gidsen kort samen.

Kopenhagen

De Deense hoofdstad is wereldwijd bekend om haar fietsbeleid. Zes op de tien stadsbewoners ­nemen er de fiets naar het werk of de school. Al dat fietsverkeer wordt gemonitord en gestuurd. De stad zal ook 100.000 bomen planten. Zo wil ze groener worden, want onderzoek heeft aangetoond dat mensen gelukkiger zijn met groen in de buurt. Het moet de stad ook helpen klimaatneutraal te worden, en ze weerbaarder maken tegen overstromingen. ‘En terwijl Kopenhagen massaal bomen plant, beslist de Vlaamse wegendienst om alleen nog dunne exemplaren te planten en ze geregeld af te zagen. Achterlijk’, noemt Pieter Ballon dat.

Barcelona

De Catalaanse stad gebruikte data voor een drastische ingreep in de wijkmobiliteit. Auto’s bleken een kwart van het verkeer uit te maken, maar tegelijk wel tot 70 procent van de publieke ruimte in te palmen. Hele wijken (de zogenaamde ‘superilles’, met rastervormig stratenpatroon) werden autoluw gemaakt. Het gevolg was dat de buurten weer heropleefden.

Londen

Het Londense openbaar vervoer transporteert miljoenen mensen. Om die massa in ordentelijke banen te leiden, doen de beheerders van het netwerk een beroep op nudging. Ze proberen het gedrag van de pendelaars op een positieve manier te beïnvloeden. De omgeroepen boodschap ‘mind the gap’ is een oude bekende. Recenter zijn geschilderde voetafdrukken op de roltrap en een hologram dat een treinwachter voorstelt. Er zijn ook apps die je naar de juiste uitgang leiden of je aanraden een kop koffie te nemen en het volgende, minder volle metrostel te nemen.

Rotterdam

Rotterdam, de economische hoofdstad van Nederland, is een megahaven. Niet toevallig hebben de smart-cityprojecten daar hun oorsprong. Er is een haven voor drones (in dit geval onbemande vaartuigen), met onder meer vier exemplaren die op plasticafval jagen. In het innovatiedistrict worden drijvend bouwen en drijvende landbouw uitgeprobeerd.

Kenniscentra zoals Citylab 010 en Creating 010 brengen mensen en expertise samen. Paradepaardje wordt de 160 meter hoge Dutch Windwheel, een gebouw dat woningen, een hotel en 36 draaiende cabines combineert. Het zal wind en water als energiebron gebruiken.

Messina

Deze kleine, wat beduimelde stad op Sicilië heeft met een luttele 34.000 euro een intelligent systeem opgezet. De toepassingen verwittigen de ophalers wanneer de vuilnisbakken vol zijn.

Een app helpt je een vrije taxi te vinden. De daarvoor gebruikte sensoren op die taxi’s speuren ook gaten in de weg op. En dat allemaal op een huisgemaakt IT-platform, ontwikkeld door de plaatselijke universiteit. ‘Ze doen Silicon Valley blozen,’ schreef een gespecialiseerde nieuwssite.

‘Het was belangrijk dat er ook een kleine stad als Messina bij de vijf zat’, vult Ballon aan. ‘Ze hadden amper geld, maar een enthousiast team. Dat kan een opsteker zijn voor kleinere of minder kapitaalkrachtige steden en gemeenten bij ons.’

Bron en foto’s: De Standaard

The following two tabs change content below.

Lise Swennen

Community Manager @ Smart Cities Vlaanderen

Laatste berichten van Lise Swennen (toon alles)